Leugen aan het Hof van Beroep met als gevolg het verlies van het proces van zijn klant.
Leugen van het Hof van Beroep van Brussel om een perfide advocaat te beschermen.
De feiten
Een concurrent (is geen lid van de BSO) vermeldt in zijn publiciteit als zijnde eigen werk, 2 reclames van leden van de BSO.
Deze vragen de tussenkomst van de vereniging om een einde te maken aan de bedrieglijke publiciteit en vragen ook schadevergoeding.
Meester Touwaide wordt met de rechtsvervolging belast en de dagvaarding wordt ingediend bij de Rechtbank van Koophandel in naam van de leden, en hij verliest het proces op een onbegrijpelijke manier.
De Rechtbank neemt de facturen van de echte fabricanten niet in aanmerking en geeft gelijk aan de concurrent die niet kan bewijzen dat hij de reclames gemaakt heeft.
Meester Touwaide en de BSO staan verbaasd.
Meester Touwaide schrijft naar de BSO en is er van overtuigd dat hij het proces in beroep zal winnen.
Volgend op dit schrijven vraagt de BSO dat hij in beroep gaat, de BSO is ook akkoord met de opgestelde conclusies in het nederlands waarin vermeld staat dat de reclames gemaakt en gefactureerd werden door leden van de BSO, en in een brief van 18.6.90 schrijft de advocaat dat het proces moet gewonnen worden.
In de brief van 23.10.90 i.v.m. de uitspraak van de Rechtbank van Koophandel schrijft hij « de magistraat is van mening dat onze actie ongegrond is aangezien wij niet kunnen bewijzen dat de concurrent de fabricant niet is van de belettering op de publiciteitspanelen ». Het staat nochtans duidelijk in het dossier, met de daarbij behorende facturen.
In de conclusies kan men lezen « Dat het geheel van deze werken het voorwerp heeft gemaakt van een facturatie die, zonder dat er enige twijfel mogelijk is, aantoont dat beide appelanten deze reclameborden ontworpen hebben ».
Arrest van het Hof van Beroep
Nieuwe verbazing wanneer het Hof van Beroep het vonnis van de Rechtbank van Koophandel bevestigt. Maar de BSO verstaat waarom : Meester Touwaide spreekt geen nederlands. Hij had de zaak toevertrouwd aan een vlaamse advocaat die de inhoud van het dossier niet kende. Tijdens de terechtzitting verklaart deze dat de leden van de BSO de belettering niet uitgevoerd hebben.
De concurrent bewijst ook niet dat het zijn werk is.
De vlaamse advocaat heeft dus gelogen ten opzichte van zijn klant en de inhoud van zijn eigen dossier.
Hij heeft zulks geantwoord om niet te moeten erkennen, voor het Hof van Beroep, dat hij de inhoud van het dossier niet kende.
Reactie van de BSO
De BSO weigert de gevraagde ereloon te betalen en blijft bij mening recht te hebben op schadevergoeding.
Meester Touwaide roept de BSO ter gerechtszitting op en bekomt, na dagvaarding voor het Vredegerecht, een vonnis bij verstek. De BSO had hen nochtans zijn eigen dossier teruggevraagd en diegene van de advokaat toe te voegen, alvorens te pleiten.
Met die dagvaarding wordt er bewezen dat hij wel met de BSO contracteerde.
De BSO verzet zich tegen het vonnis en aangezien het gevraagde bedrag meer is dan BF. 75.000 dient de BSO een aanklacht in tegen Meester Touwaide voor de Rechtbank van eerste Aanleg. De aanklacht in Vredegerecht wordt dan ook verwezen naar de Rechtbank van eerste Aanleg.
De zaak werd gepleit, ondanks obstructie, door Meester Grognard, advocaat van Meester Touwaide en door een advocaat van zijn verzekeringsmaatschappij. Zij eisten dan een derde advocaat gespecialiseerd in rechteverdediging van advocaten moest ook komt pleiten maar hij was met verlof.
Met het dossier in beraad verwachte de BSO een uitspraak maar er kwam een nieuwe uitnodiging zonder enige uitleg, om voor de rechtbank te verschijnen. Ter plaatse vernam de BSO dat de rechter geen vonnis uitsprak. Hij was rechter aan de Rechtbanbk van Koophandel geworden. De zaak moest opnieuw gepleit worden.
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg :
De dagvaarding voor de vrederechter werd niet ontvankelijk verklaard aangezien er geen contract is tussen de partijen, maar de dagvaarding en het verzet bewijzen precies dat er wel een is.
Door het feit dat de dagvaarding niet ontvankelijk is terwijl beide partijen ermee akkoord waren, is het vonnis vernietigd, en het verzet noodzakelijk gemaakt door het vonnis, is dan ook niet ontvankelijk. Al de kosten zouden ten laste moeten zijn van de oorspronkelijke aanvrager die zijn proces verloren heeft en nochtans heeft de rechter de oorspronkelijke verweerder veroordeeld BF. 14.415 te betalen.
Hij verklaart ook niet ontvankelijk, de aanklacht van de BSO voor de Rechtbank van eerste Aanleg. De BSO wordt tot de kosten veroordeeld.
De thesis van de rechter is dat de advocaat niets te zien had met de BSO. Hij kon de BSO dus niet dagvaarden en de BSO kon zich dan ook niet verdedigen.
Beroep.
De BSO is hiermee niet akkoord en gaat in beroep maar ze valt op 3 corporatistische advocaten die een aanvullende kamer samenstellen om gerechtelijke achterstand in te halen.
Ze bevestigen dat er geen contract was tussen de BSO en Meester Touwaide en aangezien advocaten mogen liegen, zelf wanneer ze als aanvullend magistraat werken, werd er nog bijgezegd « Het is niet juist te zeggen dat Meester Touwaide geen rechtstreeks contact had met de 2 firmas (de leden van de BSO) aangezien al de aktes van de procedure en verschillende brieven aan beide verstuurd werden.
Meester Touwaide schreef alleen op 16.12.90 aan een van de leden dat hij zich belastte met het dossier dat de BSO hem toevertrouwde en op 23.2.90 schreef hij hetzelfde aan de tweede lid. Ze hebben daarop niet geantwoord.
Meester Touwaide sprak ook niet over die brieven voor het Hof van Beroep en zijn advocaat zei aan de presidente dat er geen briefwisseling was met de leden van de BSO.
Waarom liegen de advocaten zelf wanneer ze als aanvullend magistraat werken.
De lijdende partij is natuurlijk de BSO die beroep deed op Meester Touwaide.